Bwindi ligt in het zuidwesten van Oeganda, tegen de grens met Congo en Rwanda, en is een van de oudste en biologisch rijkste regenwouden van Afrika. De naam “Impenetrable” (ondoordringbaar) verwijst naar de dichte, met lianen verweven begroeiing op de steile heuvels.
Het park is UNESCO-werelderfgoed en herbergt bijna de helft van alle overgebleven berggorilla’s ter wereld. Gorilla-trekking is hier de grote trekpleister, en de inkomsten ervan zijn cruciaal voor het voortbestaan van de soort.
Meerdere gorillafamilies zijn gewend aan de aanwezigheid van mensen. Tijdens een trektocht bezoek je zo’n familie en krijg je een uur om hen van dichtbij te observeren, spelende jongen, een imposante zilverrug, een onvergetelijke, intense ervaring.
De drogere maanden (juni–augustus en december–februari) zijn het best voor gorilla-trekking: de bospaden zijn dan minder glibberig en beter begaanbaar. Trekking is wel jaarrond mogelijk.
Het is een regenwoud, dus een bui kan altijd vallen, ook in het droge seizoen. Goede regenkleding is onmisbaar.
Rond de verschillende trekking-sectoren (zoals Buhoma en Rushaga) liggen lodges en kampen van eenvoudig tot luxe. Kies je verblijf bij de sector waar je vergunning voor geldt, om lange transfers op de trekkingdag te vermijden.
Bwindi combineert goed met Queen Elizabeth en de rest van een Oeganda-rondreis.