De naam Hlane betekent “wildernis” in het siSwati. Het gebied was eeuwenlang koninklijk jachtterrein en werd in 1967 beschermd door koning Sobhuza II, nadat de wildstand door stroperij sterk was teruggelopen.
Het park is grotendeels vlak, met open savanne en knoppiesdoornbomen. De schaal is bescheiden vergeleken met Kruger, maar de dierdichtheid rond de waterpoelen is hoog.
Leeuwen en olifanten leven in afgescheiden delen van het park en worden bezocht met een gids. In het open gedeelte rijd je zelf tussen witte neushoorns, giraffen, zebra’s, nijlpaarden en talrijke antilopen.
Hlane herbergt daarnaast de grootste broedkolonie witruggieren van het land, en is daarmee een belangrijke plek voor vogelbescherming.
Mei tot september is droog en aangenaam, met wildlife rond de waterpoelen. De zomer is heet en vochtig, maar wel groen en rustiger.
Het park is jaarrond toegankelijk en dankzij de compacte omvang goed in een korte reis in te passen.