Liuwa Plain ligt in het uiterste westen van Zambia, in een afgelegen hoek nabij de grens met Angola. Het is een eindeloze, vlakke graszee, in de natte maanden doorspekt met ondiepe meren en wuivend gras, een landschap van pure ruimte en horizon.
Het park heeft een bijzonder herstelverhaal: na jaren van stroperij is het onder beheer van de organisatie African Parks weer tot bloei gekomen, met herintroductie van leeuwen en een florerende gnoepopulatie. Het is afgelegen, ongerept en ontvangt weinig bezoekers.
Liuwa herbergt de op een na grootste gnoetrek van Afrika: tegen het einde van het jaar verzamelen zich tienduizenden gnoes op de vlaktes, een indrukwekkend schouwspel zonder de drukte van de bekendere trekken.
Er zijn twee vensters. November–december (begin van de regens) brengt de gnoetrek en de trekvogels op gang, het spectaculairst. Mei–juni, net na de regens, biedt goede algemene wildlife en beter berijdbare vlaktes.
Op het hoogtepunt van de natte tijd staan grote delen onder water en zijn ze onbereikbaar.
Het aanbod is zeer beperkt: een enkele exclusieve lodge en een aantal community-kampeerplekken. Wie kampeert, moet volledig zelfvoorzienend zijn.
Dit is een bestemming voor de echte avonturier die afgelegenheid en unieke schouwspelen boven comfort en gemak stelt.