Pemba ligt ongeveer 50 kilometer ten noorden van Zanzibar, gescheiden door het diepe Pembakanaal. Dat kanaal is precies de reden dat het eiland zo bijzonder is: de steile onderzeese wanden en de sterke stromingen brengen voedselrijk water naar de riffen.
Boven water is Pemba heuvelachtig en overweldigend groen, met kruidnagel- en kokosplantages. Het toerisme is er bewust kleinschalig gebleven en de sfeer is traditioneler en ingetogener dan op Zanzibar.
Pemba staat bekend om muurduiken: riffen die vanaf enkele meters diepte abrupt honderden meters wegvallen in het blauw. De koralen zijn kleurrijk en gezond, en het zicht is vaak uitzonderlijk goed.
Door de stroming zijn sommige duikplekken beter geschikt voor ervaren duikers; er zijn ook beschutte plekken voor beginners.
Juni tot en met oktober is droog en aangenaam, met goed zicht onder water. December tot februari is warm en kalm, en ook uitstekend voor duiken.
De lange regens van maart tot mei zijn nat en stormachtig; veel lodges sluiten dan. Pemba is groener dan Zanzibar, wat betekent dat er ook buiten de regenseizoenen buien vallen.
Het aanbod is klein en uitgesproken: enkele afgelegen eco-lodges en een handvol luxe resorts, waaronder een van de bekendste onderwaterkamers ter wereld. Alles is kleinschalig en ligt vaak vrij geisoleerd.
Pemba combineert goed met een safari in het noorden of zuiden van Tanzania, als rustige tegenhanger van de drukte.