Het park ligt in het zuiden, rond de Great Ruaha River, op de overgang tussen het Oost-Afrikaanse en het zuidelijke ecosysteem. Daardoor komen hier soorten uit beide gebieden samen: grote en kleine koedoe, sabelantilope en roanantilope naast de bekende savannedieren.
Het landschap is droog en open, met enorme baobabs op de heuvels en dichte galerijbossen langs de rivier. In het droge seizoen is de rivierbedding het toneel van vrijwel alles wat er leeft.
Juni tot oktober is het droge seizoen: het gras is kort, de rivier valt terug tot losse poelen en de dieren verzamelen zich daar. Dit is verreweg de beste periode om te kijken.
Van januari tot maart is het groen, met veel jongen en trekvogels, maar het wild is verspreid en een deel van de kampen sluit. April en mei zijn nat; dan is vrijwel alles dicht.
De meeste kampen liggen langs de Great Ruaha in het oosten van het park, dicht bij de beste game-viewing. Het aanbod is klein en overwegend hoogwaardig: tented camps met tien tot twintig bedden.
Wie dieper het park in wil, kan in het westen of noorden verblijven, waar bijna niemand komt. Reken dan op langere transfers en een hogere prijs.
De Great Ruaha valt in het droge seizoen steeds vaker volledig droog door wateronttrekking stroomopwaarts voor rijstbouw en waterkracht. Dat raakt nijlpaarden, krokodillen en vissen direct. Verschillende kampen financieren onderzoek en anti-stroperij in het park; vraag ernaar bij het boeken.
Ik bouw je reis door het zuiden op maat: het kamp op de juiste plek langs de rivier, de vluchten ertussen en een route die Nyerere meeneemt.