De pas verbindt KwaZulu-Natal in Zuid-Afrika met het Lesothaanse hoogland en overbrugt in ongeveer acht kilometer een hoogteverschil van meer dan een kilometer. De onverharde weg slingert langs afgronden omhoog tot 2.876 meter, waar de grenspost van Lesotho ligt.
Onderweg verandert het landschap volledig: van groene bergweiden naar kaal, winderig hoogland waar herders met dikke dekens hun dieren hoeden.
Alleen voertuigen met vierwielaandrijving mogen de pas op, en dat is geen formaliteit: de bochten zijn scherp, het grind los en bij regen of sneeuw wordt het glad. De meeste reizigers gaan mee met een lokale chauffeur die de weg dagelijks rijdt.
Boven aangekomen sta je bij de Sani Mountain Lodge, met de hoogste pub van Afrika en op heldere dagen uitzicht tot diep in KwaZulu-Natal.
September tot april is het aangenaamst: helder weer en toegankelijke wegen. In de winter (juni–augustus) valt er regelmatig sneeuw, wat spectaculair oogt maar de pas soms afsluit.
Neem altijd warme kleding mee, ook in de zomer. Boven kan het twintig graden kouder zijn dan beneden.