De Serengeti ligt in het noorden van Tanzania en vormt samen met de Masai Mara één groot ecosysteem. De naam komt van het Maasai-woord voor „eindeloze vlakte”, en dat is precies wat je ziet: golvende grasvlaktes zo ver het oog reikt, doorspekt met rotskopjes (kopjes) en galerijbossen langs de rivieren.
Het park is UNESCO-werelderfgoed en een van de best beschermde en wildrijkste gebieden ter wereld. Het is het hart van de Grote Trek en jaarrond een uitzonderlijke wildlife-bestemming.
Ruim een miljoen gnoes en honderdduizenden zebra’s trekken jaarlijks in een cyclus door het ecosysteem, op zoek naar vers gras. De kalvertijd op de zuidelijke vlaktes (rond februari) en de riviercrossings in het noorden (rond juli–september) zijn hoogtepunten.
De Serengeti is jaarrond de moeite waard, maar waar je heen gaat hangt af van de trek. Grofweg: december–maart op de zuidelijke vlaktes (kalvertijd), april–juni in het centrum en westen, en juli–oktober in het noorden met de riviercrossings richting de Mara.
Het droge seizoen (juni–oktober) is over het algemeen het best voor algemene wildlife en toegankelijkheid. Een goede reis kiest het parkdeel dat past bij het seizoen.
Er is een breed aanbod: van vaste lodges en tented camps tot mobiele kampen die met de trek meeverhuizen, zodat je altijd dicht bij de actie zit. Prijzen lopen uiteen van betaalbaar tot ultraluxe.
Voor de trek is de ligging van je kamp cruciaal, laat je route afstemmen op waar de kuddes in jouw reisperiode zijn.