Tarangire ligt in het noorden van Tanzania, op de route tussen Arusha en de Ngorongoro-krater. Het park is genoemd naar de Tarangire-rivier, die als enige permanente waterbron in de droge tijd een magneet voor wildlife is.
Kenmerkend zijn de statige, eeuwenoude baobabs die verspreid over de glooiende savanne staan, ze geven Tarangire een uniek, haast prehistorisch aanzien. Het park is rustiger dan de Serengeti maar in het droge seizoen minstens zo indrukwekkend.
Tarangire staat bekend om zijn grote olifantenkuddes, in het droge seizoen verzamelen zich soms honderden dieren rond de rivier, een van de beste olifantenwaarnemingen van de noordelijke circuit.
Het droge seizoen (juni–oktober) is veruit het best: het wild concentreert zich dan rond de Tarangire-rivier en de olifantenkuddes zijn op hun grootst. Dit is de topperiode voor het park.
In de natte maanden trekt veel wild weg uit het park en zijn de waarnemingen minder geconcentreerd, al is het landschap dan groen en vogelrijk.
In en rond het park liggen lodges en tented camps van betaalbaar tot luxe, sommige met uitzicht over de rivier of tussen de baobabs. Kampen in aangrenzende conservancy’s bieden extra activiteiten.
Tarangire is vaak de eerste of laatste stop van een noordelijke circuit-reis.