Victoria Falls ligt op de grens van Zambia en Zimbabwe; aan de Zambiaanse zijde vormt het stadje Livingstone de uitvalsbasis. Waar de Zimbabwaanse kant het brede panorama biedt, brengt de Zambiaanse kant je juist heel dicht bij het water, met paden en bruggen tot vlak boven de kloof.
De vallen zijn UNESCO-werelderfgoed en dragen de naam Mosi-oa-Tunya, “de rokende donder”. Livingstone zelf heeft een rijke koloniale geschiedenis en een ontspannen, gastvrije sfeer.
Het hoogtepunt aan de Zambiaanse kant is de Devil’s Pool: in de maanden met laag water (grofweg augustus–januari) kun je in een natuurlijk rotsbassin zwemmen op de absolute rand van de waterval, een adrenaline-ervaring als geen ander, altijd met gidsen.
Via de Knife-Edge Bridge kijk je bij hoogwater recht in de nevel en de kloof. Een bezoek aan Livingstone Island brengt je naar het punt waar ontdekkingsreiziger David Livingstone de vallen voor het eerst zag.
Vlak bij de vallen ligt het Mosi-oa-Tunya National Park, een klein park met olifant, zebra, giraffe en zelfs witte neushoorns onder bewaking. De Zambezi biedt nijlpaarden, krokodillen en volop vogels.
Zo combineer je het natuurwonder eenvoudig met een korte safari of riviercruise.
De vallen zijn dan op hun krachtigst en de nevel het spectaculairst, al kan het zicht op de kloof door de dichte spray soms beperkt zijn.
Minder water, maar dit is het seizoen voor de Devil’s Pool en Livingstone Island, plus beter zicht op de rotsformaties.
Livingstone biedt van backpackerlodges tot luxe hotels aan de Zambezi, veel met uitzicht op de rivier of de opstijgende nevel. De stad is ontspannen en goed voorzien.
Het is een ideale start of afsluiter van een Zambia-reis, in combinatie met South Luangwa of Lower Zambezi.