Unguja, het hoofdeiland dat iedereen Zanzibar noemt, ligt zo’n veertig kilometer voor de Tanzaniaanse kust. Het is groen en laag, met mangroven, palmbossen en een kustlijn die per windrichting compleet van karakter verandert.
Stone Town, het historische hart, is een doolhof van smalle straten, gesneden houten deuren en Omaanse, Indiase en Afrikaanse invloeden door elkaar. Het staat sinds 2000 op de Werelderfgoedlijst.
Juni tot oktober is droog en aangenaam, en sluit precies aan op het hoogseizoen in de Serengeti. December tot februari is warmer en vochtiger, met helder water en goed zicht voor duikers.
De lange regens vallen van maart tot eind mei; veel kleine lodges sluiten dan. In november valt een kortere regenperiode, meestal in korte maar hevige buien.
Nungwi en Kendwa in het noorden hebben het kleinste getijverschil, dus je kunt er de hele dag zwemmen; het is er ook het drukst. De oostkust — Paje, Jambiani, Matemwe — is rustiger en groener, maar valt bij eb ver droog.
Eén of twee nachten in Stone Town aan het begin of eind is de moeite waard: de stad laat zich het beste vroeg in de ochtend en tegen zonsondergang zien.
Zanzibar is overwegend islamitisch; buiten het strand is bedekte kleding vanzelfsprekend en tijdens de ramadan is terughoudendheid met eten en drinken op straat op prijs gesteld. Rond Mnemba en Jozani gelden beschermde zones. Kies een centrum dat zich aan de afstandsregels bij dolfijnen houdt en boek geen tochten waarbij je met dolfijnen mag zwemmen.
Ik bouw je reis rond Zanzibar op maat: de kust die bij je past, een paar nachten Stone Town als je die wilt, en een safari ervoor die er logisch op aansluit.